Trends die het niet hebben gehaald (2020-2021)

Trends die het niet hebben gehaald (2020-2021)

De Top 10 toont de belangrijkste onderwijstrends van dit moment. Deze trends scoren hoog op impact, onzekerheid en urgentie. Maar welke trends hebben de Top 10 dit jaar net niet gehaald?

11. Nieuwe sociale relaties en ruimten (vorig jaar op nr. 17)
De identiteitsontwikkeling van kinderen is meer en meer diffuus. Waren er vroeger meer duidelijk afgebakende groepen in de samenleving (verenigd in bijvoorbeeld de kerk of sportclub), zo bestaan er tegenwoordig meer losse verbanden. Vroeger werden vriendschappen voor het leven gesloten, maar door de toegenomen mobiliteit op geografisch, sociaal en professioneel vlak is dit nu steeds minder het geval.

12. Internationalisering (vorig jaar op nr. 19)
De wereld wordt steeds kleiner en het bereik van communicatiemiddelen om kennis en informatie met elkaar te delen wordt groter. Hierdoor ontstaan steeds meer culturele, politieke en economische uitwisselingen. Onderwijsinstellingen spelen hierbij een belangrijke rol door leerlingen en studenten uit alle windstreken te verwelkomen. Nieuwe trends, ideeën en merken verspreiden zich sneller en verder en worden over de hele wereld gemeengoed.

13. Toenemende aandacht voor curriculumvernieuwing (vorig jaar op nr. 9)
Vanuit de wetenschap komt steeds meer aandacht voor de rol van onderwijs in de identiteitsontwikkeling van kinderen. Het onderwijs zou naast het overdragen van kennis ook vooral moeten gaan over zelfactualisatie en persoonsvorming. Kennis is alomtegenwoordig en beschikbaar, de juiste begeleiding bij het opdoen van inzicht in jezelf is lastiger te vinden.

14. Toenemend belang van vaardigheden
De wereld verandert voortdurend en het onderwijs ook. Elke dag komen er nieuwe functies bij op de arbeidsmarkt, terwijl tegelijkertijd banen verdwijnen door automatisering. Het is soms moeilijk te bepalen voor welke banen studenten worden opgeleid. Via het internet heeft bijna iedereen toegang tot kennis en informatie, het draait om de vaardigheden hier op verantwoorde wijze mee om te kunnen gaan

15. Toenemende invloed netwerkmaatschappij (vorig jaar op nr. 16)
De maatschappij draait steeds meer op netwerken. De terugtrekkende overheid belegt steeds meer taken op lokaal niveau, waar bestuur en/of burgers samenwerken om de taken te vervullen. Kleine en grote partijen uit de private en publieke sector werken vaker samen om een doel te bereiken. Deze allianties, convenanten en samenwerkingen vragen van organisaties dat zij steeds vaker de deur naar buiten openzetten.

16. Aandacht voor duurzaamheid (vorig jaar op nr. 8)
Overheden, bedrijven en burgers raken er meer en meer van doordrongen dat onze huidige beslaglegging op energie, grondstoffen en de natuur op lange termijn niet houdbaar is. De groeiende aandacht voor duurzaamheid en gezondheid wordt steeds vaker omgezet in regelgeving, subsidiemogelijkheden en andere prikkels om gedragsverandering te stimuleren.

17. Mondige ouders (vorig jaar op nr. 11)
Ouders bemoeien zich steeds vaker met het onderwijs dat hun kind geniet. De coronapandemie heeft de betrokkenheid van ouders (ongewild) sterk vergroot. Bijna altijd met de beste intenties: ze willen alleen het beste voor hun kind. Dit is aan de ene kant positief, want het kan zorgen voor een grotere betrokkenheid. Aan de andere kant worden in sommige gevallen grenzen overschreden en leidt de bemoeienis tot een serieus conflict, inclusief vloeken, schelden en serieuze bedreigingen.

 

Suggesties voor volgend jaar

Daarnaast is vanuit het expertpanel nog een aantal suggesties gedaan voor de volgende editie van de Onderwijstrends Top 10.

  • Edtech-reuzen hebben steeds meer invloed op het onderwijs, dit vraagt om opnieuw bezien hoe we daarmee omgaan en om maatschappelijk debat. Gaan zij bepalen hoe ons onderwijs eruit ziet? Is het een zegen of een vloek?
  • Ontwikkeling in het denken over leiderschap en besturen
  • Toenemende aandacht voor het voorkomen van vroegselectie
  • Ontlezing
    Top 10 vorig jaar (2019-2020)

    Top 10 vorig jaar (2019-2020)

    Welke trends stonden vorig jaar in de Top 10 en op welke plek? Hieronder zie je het overzicht van de editie 2018-2019.

    1. Toenemende maatschappelijke tweedeling

    In veel Westerse landen neemt de tweedeling in de samenleving steeds verder toe: tussen jong en oud, autochtoon en allochtoon, hoogopgeleid en laagopgeleid, rijk (de ‘haves’) en arm (de ‘have nots’). Bij verkiezingen draait het om voor iets of tegen iets stemmen. Bevolkingsvergrijzing en -ontgroening, ongelijke economische kansen, zorgen over het klimaat, verlies van werkgelegenheid door automatisering, opkomst van meer extreme politieke partijen en grote migratiestromen voeden deze ontwikkeling. Maatschappelijke groepen dreigen steeds meer in verschillende werelden te gaan leven met als risico dat de tolerantie van en het onderling begrip tussen groepen afneemt.

    2. Tekort aan geschikt onderwijspersoneel

    De komende jaren dreigt het lerarentekort in alle lagen van het onderwijs op te lopen. Vergrijzing en een verminderde aantrekkelijkheid van het beroep zijn belangrijke factoren. Het tekort geldt voor zowel docenten als voor bestuurders. In het VO zijn de tekorten geconcentreerd bij bepaalde vakken zoals informatica, natuurkunde en Duits. In het hoger onderwijs is de situatie minder nijpend, maar wordt wel verwacht dat de komende jaren de vraag naar met name bètadocenten toe zal nemen. Er zijn dus niet alleen te weinig docenten, maar de docenten die er wel zijn beschikken niet altijd over de juiste kwalificaties.

    3. Veranderende arbeidsmarkt 

    De arbeidsmarkt verandert. De arbeidsmarkt globaliseert, waarbij werkzoekenden steeds meer internationale concurrentie ervaren. Arbeidsmobiliteit verandert en er komen steeds meer verschillende manieren om een inkomen te genereren. In de crisisjaren is de arbeidsmarkt steeds flexibeler geworden. Ook verdwijnen sommige banen door automatisering, terwijl naar andere banen juist een grotere vraag ontstaat. Met de arbeidsmarkt veranderen arbeidsrelaties ook. Thuiswerken, een tijdelijk avontuur in het buitenland or op projectbasis werken is gewoongoed geworden. Jarenlang hetzelfde doen komt minder vaak voor. Meer en meer werken organisaties (met zowel vaste als flexibele krachten) en individuen in netwerkverband samen richting een bepaald eindresultaat. .

    4. Toenemende invloed technologie

    Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Waar deze zich vroeger ‘lineair’ voltrokken, gaat het nu ‘exponentieel’. Traditionele sectoren worden verrast door nieuwe diensten en bedrijven, vaak vanuit een hele andere industrie. In veel sectoren vindt al een ingrijpende mechaniserings- en automatiseringsgolf plaats. De mens als een van de centrale productiefactoren kan weleens aan belang inboeten. Ook is er steeds meer aandacht voor ethische vraagstukken rondom technologie: alles is mogelijk, maar willen we dat ook? Hoeveel van onze privacy willen wij opgeven voor gemak? Leerlingen moeten leren hoe zij zich in deze snel veranderende en hoogtechnologische maatschappij staande kunnen houden en aan hun toekomst kunnen werken. Op verantwoorde wijze omgaan met hun eigen data hoort hier ook bij.

    5. Digitalisering van het onderwijs

    De wereld en het onderwijs digitaliseren. Steeds vaker worden fysieke lessen met behulp van digitale lesmethoden gecombineerd met leren op afstand. Leren gebeurt niet langer alleen in reguliere onderwijsomgevingen.  ‘Blended learning’ wordt toegepast door zowel private en hogere onderwijsinstellingen als in het basis- en voortgezet onderwijs. Er ontstaan meer vormen van onderwijs dat gratis toegankelijk is. Digitalisering leidt ertoe dat een grote hoeveelheid data wordt verzameld, waarbij het de vraag is hoe we daar op verantwoorde manier mee omgaan. Daarnaast zijn er maar een beperkt aantal spelers op de Nederlandse markt die digitalisering van het onderwijs mogelijk maken. Onderwijsinstellingen willen voorkomen dat zij te afhankelijk worden van de invloed van deze bedrijven.

    6. Meer gepersonaliseerd leren

    Digitalisering van het onderwijs leidt tot een grote beschikbaarheid van data over leerlingen en studenten. Dit biedt een schat aan informatie over hoe leerlingen het beste kunnen leren. De individuele leerling komt hiermee steeds centraler te staan in het onderwijs. Gecombineerd met digitale lesvormen en -materiaal maakt de beschikbare data het mogelijk het leerproces steeds verder te personaliseren. Van PO tot post-initieel onderwijs bestaat de mogelijkheid leerlingen en studenten op hun eigen niveau te laten studeren. In de toekomst zal kunstmatige intelligentie een belangrijkere rol gaan spelen bij het aanbieden van gepersonaliseerd en adaptief lesmateriaal. De vraag is of leerlingen naar eenzelfde einddoel blijven werken of dat ook het einddoel wordt gepersonaliseerd.

    7. Krimp en leerlingendaling

    De bevolkingssamenstelling in Nederland verandert. Het aantal ouderen neemt toe en het aantal jongeren neemt af. Er worden minder kinderen geboren. (Jonge) mensen trekken weg uit bepaalde gebieden bij gebrek aan voorzieningen en werkgelegenheid. Maar ontgroeningen is niet alleen iets van traditionele krimpgebieden, het treft ook de Randstad. Minder kinderen betekent minder leerlingen voor het onderwijs. In krimpregio’s staat de kwaliteit en zelfs beschikbaarheid van onderwijs onder druk. Het is daar lastiger om leerlingen en docenten aan te trekken. Tegelijkertijd groeien steden wel, voornamelijk door migratie en urbanisatie. Op sommige plaatsen leidt dit dan juist tot een groot aanbod van leerlingen en studenten, wat weer zorgt voor hevige concurrentie tussen onderwijsinstellingen.

    8. Aandacht voor duurzaamheid

    Overheden, bedrijven en burgers raken er meer en meer van doordrongen dat onze huidige beslaglegging op energie, grondstoffen en de natuur op lange termijn niet houdbaar is. De groeiende aandacht voor duurzaamheid wordt steeds vaker omgezet in regelgeving, subsidiemogelijkheden en andere prikkels om gedragsverandering te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn de Klimaatwet en het Klimaatakkoord. Op deze manier wordt gestreefd om onder andere huisvesting zo duurzaam en klimaatneutraal mogelijk in te richten en is er meer aandacht voor gezonde voeding, ook voor kinderen. Voor onderwijsinstellingen betekent dit dat zij hun bedrijfsvoering vanuit een duurzaamheidsperspectief zullen moeten wegen. Ook kan aandacht voor duurzaamheid een prominentere rol in het curriculum krijgen.

    9. Toenemende aandacht voor curriculumvernieuwing

    Vanuit de wetenschap komt steeds meer aandacht voor de rol van onderwijs in de identiteitsontwikkeling van kinderen. Het onderwijs zou naast het overdragen van kennis ook vooral moeten gaan over zelfactualisatie en persoonsvorming. Kennis is alomtegenwoordig en beschikbaar, de juiste begeleiding bij het opdoen van inzicht in jezelf is lastiger te vinden. Daarnaast maken snelle technologische ontwikkelingen dit vraagstuk steeds relevanter. Er ontstaan verschillende initiatieven voor vernieuwing van het huidige curriculum, maar een gedeelde visie over de functies en doelen van onderwijs ontbreekt vooralsnog. In de praktijk lijkt de nadruk momenteel nog te liggen op het belang van meetbare resultaten. PO, VO en HO zijn grotendeels gericht op het overdragen en toetsen van kennis.

    10. Kansongelijkheid in het onderwijs

    De gelijke kansen in het onderwijs staan in toenemende mate onder druk. De negatieve bijwerkingen van vroege selectie binnen het huidige stelsel lijken moeilijk te overkomen. Daarnaast groeit het schaduwonderwijs (bijvoorbeeld bijles, examentraining). Het zijn vooral kinderen van hogeropgeleide en meer welvaren ouders die zo (onbedoeld) een steuntje in de rug krijgen. Tegelijkertijd worden ook vorderingen geboekt. De ongelijkheid lijkt af te vlakken en vooral leerlingen met een migratieachtergrond verkleinen hun achterstand.

    Top 10 vorig jaar (2019-2020)

    Na COVID-19: anticiperen op een nieuwe werkelijkheid

    Hoewel het managen van de crisis de komende tijd nog steeds bovenaan de agenda staat, komt er voor iedere (onderwijs)organisatie vroeger of later het moment om zich te bezinnen op het post-corona tijdperk. Met dit paper wil Jester Strategy organisaties die nu de capaciteit en denkkracht kunnen mobiliseren om na te denken over de langere termijn, ondersteunen met handreikingen om zich voor te bereiden op de wereld na COVID-19. Het paper staat stil bij de wijze waarop mensen, organisaties en samenlevingen leren in een tijdperk van episodische verandering. We leren van de nieuwe routines die we nu opdoen, van zaken die we met de kennis van nu anders hadden moeten doen en van nieuwe vraagstukken en onzekerheden die de pandemie opwerpt voor de langere termijn. Het paper biedt concrete handreikingen voor bestuurders en beleidsvormers in de publieke sector, de zorg, het bedrijfsleven en het onderwijs om zich voorbereiden op de nieuwe realiteit van het post-corona tijdperk.