Leidt diversiteit expertpanel tot verschil in scores Onderwijstrends Top 10?

Leidt diversiteit expertpanel tot verschil in scores Onderwijstrends Top 10?

Onlangs publiceerden wij de tweede editie van de Onderwijstrends Top 10. De panelleden die de trends scoren vertegenwoordigen diverse instellingen binnen het primair, voortgezet en hoger onderwijs. Daarnaast bestaat het panel uit personen die actief zijn bij landelijke organisaties als CITO en SURF. De diversiteit van het panel biedt maakt de Top 10 relevant voor alle onderdelen van het onderwijs. Wij waren benieuwd of sommige trends in bijvoorbeeld het VO meer impact heeft dan in het PO? Of dat landelijke organisaties een andere kijk op zaken hebben. Dus hebben wij dit onderzocht, met verrassende resultaten.

Hoe zat het ook alweer?
Het panel scoort een longlist met allerlei trends die op het onderwijs afkomen. Denk aan digitalisering, vernieuwing van het curriculum of toenemende kansenongelijkheid. De panelleden scoren individueel hoeveel impact een trend heeft, hoeveel onzekerheid deze kent en hoeveel urgentie, dat willen zeggen op welke termijn het onderwijs hiermee aan de slag moet.

Het lerarentekort wordt overal gevoeld, maar vooral in het primair onderwijs
Alle panelleden kennen het tekort aan geschikt onderwijspersoneel een hoge impact, onzekerheid en urgentie toe. Dit verklaart de stijging van de trend naar de tweede plek in de top 10. In het primair onderwijs worden de effecten van deze trend het eerst gevoeld. Daarnaast zijn voor deze sector verreweg de meeste cijfers bekend. Scores van panelleden uit het PO zijn dan ook nog net iets hoger. Volgens het Ministerie van OC&W zijn de belangrijkste oorzaken de vergrijzing, de daling van het aantal afgestudeerden van de Pabo en concurrentie van andere sectoren op de arbeidsmarkt. Uit ramingen van het ministerie blijkt dat, bij gelijkblijvende omstandigheden, het tekort in 2025 ongeveer 1.970 fte aan leraren zal zijn.

Beleidsinstanties benadrukken de veranderende arbeidsmarkt…
Panelleden die bij landelijke beleidsinstanties actief zijn, scoren de impact van de veranderende arbeidsmarkt gemiddeld hoger dan de individuele onderwijssectoren. De vertegenwoordigers vanuit beleidsinstanties hebben als taak om voor onderwijs breed beleid te ontwikkelen, vandaar dat juist deze panelleden deze meer maatschappelijke trend als zeer impactvol beschouwen. Overigens vinden panelleden uit het voortgezet onderwijs deze trend het meest onzeker en kennen die uit het hoger onderwijs de trend de meeste urgentie toe.

… en het belang van aandacht voor curriculumvernieuwing
Eenzelfde dynamiek is zichtbaar bij de trend ‘Toenemende aandacht voor curriculumvernieuwing’. Deze trend raakt aan het doel van onderwijs en daarmee aan het gehele stelsel. Met hun macrovisie op het gehele stelsel hebben landelijke instanties hier logischerwijs veel aandacht voor. Zij bekijken onderwijs en de aansluiting met de maatschappij vaak meer vanuit een samenhangend en maatschappelijk perspectief dan dat individuele instellingen dit kunnen. Het is daarnaast een zeer actueel onderwerp, met het recente advies aan de minister van curriculum.nu.

Al met al zijn de verschillen niet zo groot
De grootste verrassing is misschien wel dat het verschil in antwoorden tussen de panelleden van verschillende achtergronden helemaal niet zo groot is. Hoewel de perspectieven vanuit de verschillende onderdelen van het onderwijsstelsel absoluut verschillen, bestaat de Top 10 grotendeels uit brede ontwikkelingen die alle onderdelen treffen. Hoewel de impact, onzekerheid en urgentie soms uiteenloopt, zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen.

We zijn altijd op zoek naar nieuwe panelleden. Wil je meedenken, meld je aan!

Top 10 vorig jaar (2018-2019)

Top 10 vorig jaar (2018-2019)

Welke trends stonden vorig jaar in de Top 10 en op welke plek? Hieronder zie je het overzicht van de editie 2018-2019.

1. Toenemende invloed technologie
Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Waar deze zich vroeger ‘lineair’ voltrokken, gaat het nu ‘exponentieel’. Traditionele sectoren worden verrast door nieuwe diensten en bedrijven, vaak vanuit een hele andere industrie. In veel sectoren vindt al een ingrijpende mechaniserings- en automatiseringsgolf plaats. De mens als een van de centrale productiefactoren kan dan weleens aan belang inboeten. Leerlingen moeten leren hoe zij zich in deze snel veranderende en hoogtechnologische maatschappij staande kunnen houden en aan hun toekomst kunnen werken.

2. Digitalisering van het onderwijs
De wereld en het onderwijs digitaliseren. Steeds vaker worden fysieke lessen met behulp van digitale lesmethoden gecombineerd met leren op afstand. Leren gebeurt niet langer alleen in reguliere onderwijsomgevingen. ‘Blended learning’ wordt toegepast door zowel private en hogere onderwijsinstellingen als in het basis- en voortgezet onderwijs. Er ontstaan meer vormen van gratis toegankelijk onderwijs. Ook komt steeds meer data beschikbaar over leerlingen en hoe zij leren. Gecombineerd met digitale lesvormen en -materiaal maakt dit het mogelijk onderwijs steeds verder te personaliseren. Van PO tot post-initieel onderwijs bestaat de mogelijkheid leerlingen en studenten op hun eigen niveau te laten studeren.

3. Veranderende arbeidsmarkt 
De arbeidsmarkt verandert. De arbeidsmarkt globaliseert, waarbij werkzoekenden steeds meer internationale concurrentie ervaren. Arbeidsmobiliteit verandert en er komen steeds meer verschillende manieren om een inkomen te genereren. In de crisisjaren is de arbeidsmarkt steeds flexibeler geworden. Ook verdwijnen sommige banen door automatisering, terwijl naar andere banen juist een grotere vraag ontstaat. Met de arbeidsmarkt veranderen arbeidsrelaties ook. Thuiswerken, een tijdelijk avontuur in het buitenland or op projectbasis werken is gewoongoed geworden. Jarenlang hetzelfde doen komt minder vaak voor. Meer en meer werken organisaties (met zowel vaste als flexibele krachten) en individuen in netwerkverband samen richting een bepaald eindresultaat. .

4. Tekort aan geschikt onderwijspersoneel
De komende jaren dreigt het lerarentekort in alle lagen van het onderwijs op te lopen. Vergrijzing en de aantrekkelijkheid van het beroep zijn belangrijke factoren. Het tekort geldt voor zowel docenten als voor bestuurders. In het VO zijn de tekorten geconcentreerd bij bepaalde vakken zoals informatica, natuurkunde en Duits. In het hoger onderwijs is de situatie minder nijpend, maar wordt wel verwacht dat de komende jaren de vraag naar met name bètadocenten toe zal nemen. Er zijn dus niet alleen te weinig docenten, maar de docenten die er wel zijn, beschikken niet altijd over de juiste kwalificaties.

5. Toenemende maatschappelijke tweedeling
In veel Westerse landen neemt de tweedeling in de samenleving steeds verder toe: tussen jong en oud, autochtoon en allochtoon, hoogopgeleid en laagopgeleid, rijk (de ‘haves’) en arm (de ‘have nots’). Bevolkingsvergrijzing en -ontgroening, ongelijke economische kansen, inkomensongelijkheid, verlies van werkgelegenheid door automatisering, opkomst van meer extreme politieke partijen en grote migratiestromen voeden deze ontwikkeling. Maatschappelijke groepen dreigen zo steeds meer in verschillende werelden te gaan leven met als risico dat de tolerantie van en het onderling begrip tussen groepen afneemt.

6. Krimp en leerlingendaling
De bevolkingssamenstelling in Nederland verandert. Het aantal ouderen neemt toe en het aantal jongeren neemt af. Er worden minder kinderen geboren. (Jonge) mensen trekken weg uit bepaalde gebieden bij gebrek aan voorzieningen en werkgelegenheid. Maar ontgroeningen is niet alleen iets van traditionele krimpgebieden, het treft ook de Randstad. Minder kinderen betekent minder leerlingen voor het onderwijs. In krimpregio’s staat de kwaliteit en zelfs beschikbaarheid van onderwijs onder druk. Het is daar lastiger om leerlingen en docenten aan te trekken.

7. Leren in en voor een nieuwe wereld
Wanneer en waarvoor wordt geleerd verandert. Is het onderwijs sinds de industriële revolutie grotendeels los van de maatschappij en het arbeidsproces komen te staan, lijken deze grenzen nu weer meer te vervagen. Formeel en informeel leren lopen meer door elkaar, de verdeling van leerdoelen over levensfasen staat volledig op zijn kop. Konden we ons leven voorheen in drie fasen indelen: onderwijs, arbeid, pensioen, is er nu sprake van een multifase-indeling, waar werken, ontspanning en leren regelmatig gelijktijdig plaatsvinden.

8. Bildung versus academic achievements
Vanuit de wetenschap komt er steeds meer aandacht voor de rol van onderwijs in de identiteitsontwikkeling van kinderen bij. Het onderwijs zou naast het overdragen van kennis ook vooral moeten gaan over zelfactualisatie en persoonsvorming. Kennis is alomtegenwoordig en beschikbaar, de juiste begeleiding bij het opdoen van inzicht in jezelf is lastiger te vinden. Snelle technologische ontwikkelingen maken dit vraagstuk steeds relevanter. In het politiek discours en in de praktijk lijkt de nadruk momenteel echter te liggen op het belang van meetbare resultaten. PO, VO en HO zijn grotendeels gericht op het overdragen en toetsen van kennis.

9. Meer diversiteit in de klas
Het soort leerlingen dat in een klas zit wordt steeds diverser. Ook worden de niveauverschillen binnen klassen steeds groter. De veranderingen in het passend onderwijs, een toename van kinderen met een niet-Westerse achtergrond en/of taalachterstand en de wildgroei aan labels als hoogsensitief en ADHD leiden tot een grote diversiteit in de klas. Van onderwijsinstellingen wordt verwacht dat hier aanvullende inspanningen voor worden geleverd.

10. Veranderende onderwijsgeldstromen
Publiek geld is voor veel onderwijsinstellingen nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten, waarbij het aantal leerlingen of diploma’s de hoogte van de overheidsbijdrage bepaalt. Met name voor het hoger onderwijs geldt dat het aandeel van deze primaire geldstroom al jaren aan belang inboet ten opzichte van inkomsten uit subsidies en bedrijfsmatige inkomsten. In het lager en middelbaar onderwijs staat de financiering onder druk door dalende leerlingenaantallen en zijn de geldstromen voor Passend Onderwijs ingrijpend veranderd. Tegelijkertijd veranderen de momenten waarop mensen onderwijs genieten (een leven lang leren), waardoor de financiering ook op andere momenten nodig is.

Trends die het niet hebben gehaald

Trends die het niet hebben gehaald

De Top 10 toont de belangrijkste onderwijstrends van dit moment. Deze trends scoren hoog op impact, onzekerheid en urgentie. Maar welke trends hebben de Top 10 dit jaar net niet gehaald?

11. Mondige ouders
Ouders bemoeien zich steeds vaker met het onderwijs dat hun kind geniet. Bijna altijd met de beste intenties: ze willen alleen het beste voor hun kind. In sommige gevallen worden grenzen overschreden en leidt de bemoeienis tot een serieus conflict, inclusief vloeken, schelden en serieuze bedreigingen.

12. Meer diversiteit in de klas (vorig jaar op nr. 9)
Het soort leerlingen dat in een klas zit wordt steeds diverser. Ook worden de niveauverschillen binnen klassen steeds groter. Van onderwijsinstellingen wordt verwacht dat hier aanvullende inspanningen voor worden geleverd. 

13. Leren in en voor een nieuwe wereld (vorig jaar op nr. 7)
Wanneer en waarvoor wordt geleerd verandert. Formeel en informeel leren lopen meer door elkaar, de verdeling van leerdoelen over levensfasen staat volledig op zijn kop. Er is sprake van een multifase-indeling, waar werken, ontspanning en leren regelmatig door elkaar lopen en gelijktijdig plaatsvinden.

14. Veranderende onderwijsgeldstromen (vorig jaar op nr. 10)
Publiek geld is voor veel onderwijsinstellingen nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten, waarbij het aantal leerlingen of diploma’s de hoogte van de overheidsbijdrage bepaalt. Financiering staat onder druk, terwijl een leven lang ontwikkelen om een andere manier van het bekostigen van onderwijs vraagt.

15. De school als one-stop-shop
De school wordt steeds meer gezien als een one-stop-shop waar (jongere) kinderen ’s ochtends worden afgeleverd en aan het eind van de dag worden opgehaald. De samenleving verwacht van het onderwijs een actieve bijdrage aan de vorming van kinderen die verder gaat dan leren alleen.

16. Toenemend belang van netwerken
De maatschappij draait steeds meer op netwerken. Kleine en grote partijen uit de private en publieke sector werken vaker samen om een doel te bereiken. Deze allianties, convenanten en samenwerkingen vragen van organisaties dat zij steeds vaker de deur naar buiten openzetten. 

17. Nieuwe sociale relaties en ruimten
De identiteitsontwikkeling van kinderen is meer en meer diffuus. Waren er vroeger meer duidelijk afgebakende groepen in de samenleving (verenigd in bijvoorbeeld de kerk of sportclub), zo bestaan er tegenwoordig meer losse verbanden. Dit is van invloed op de ontwikkeling van leerlingen en studenten.

18. Shoppen voor de aantoonbaar beste school
Laten zien wat en waarom je bepaalde activiteiten doet, wordt steeds belangrijker om je als school te onderscheiden. Onderwijsconcepten als technasia en vrije scholen tieren welig. Zowel ouders en leerlingen als docenten zijn kritischer geworden op de onderwijsinstelling waar zij heen gaan of werken. 

19. Internationalisering
De wereld wordt steeds kleiner en het bereik van communicatiemiddelen om kennis en informatie met elkaar te delen wordt groter. Hierdoor ontstaan steeds meer culturele, politieke en economische uitwisselingen en wordt het onderwijs diverser.

Suggesties voor volgend jaar

Daarnaast zijn vanuit het expertpanel nog een aantal suggesties gedaan voor de volgende editie van de Onderwijstrends Top 10.

  • Van leerplicht naar ontwikkelrecht
  • Kunstmatige intelligentie en het gebruik van big data in een onderwijscontext
  • Impact van privacy
  • Toenemend belang van zingeving en filosofie
  • Toenemende werkdruk
  • Mate van centraliseren onderwijsdiensten
  • Flexibilisering onderwijs